|
Mijn visie op yoga en oefeningen is in de loop der jaren veranderd. Tijdens mijn opleiding manuele therapie in Utrecht leerde ik dat oefeningen vaak compensatoire bewegingspatronen versterken. Ook werd gesteld dat rekoefeningen weinig effect hebben op de lengte van spierfascie, omdat het bindweefsel de spiervezels beschermt tegen overrekking en scheuren. Rekoefeningen werden daarom vaak afgeraden. Later ben ik tot nieuwe inzichten gekomen, mede onder invloed van de polyvagaaltheorie. Het doel van rekoefeningen is namelijk niet zozeer om structuren in het lichaam te veranderen, maar om de tolerantie voor lichamelijke en omgevingsprikkels te vergroten. Rekoefeningen kunnen worden gezien als een manier om het autonome zenuwstelsel te trainen. Door bewust een milde, goed verdraagbare rekprikkel op te zoeken en daarbij ontspannen te blijven ademen, oefen je veerkracht. Je lichaam leert dat spanning niet automatisch gevaar betekent. Veel mensen volgen wekelijks een yogales, maar doen verder weinig. Voor het zenuwstelsel is regelmaat echter belangrijker dan intensiteit. Dagelijks oefenen – vijf tot tien minuten – is vaak effectiever dan één langere sessie per week. Het hoeft ook niet altijd yoga te zijn. Eenvoudige rekoefeningen zijn voldoende, mits ze met aandacht worden uitgevoerd. Het gaat om:
Het doel is niet “leniger worden”, maar het vergroten van regulatie, tolerantie en veerkracht.
0 Opmerkingen
Wat bedoelen we eigenlijk met manipulatie? Manipulatie is geen truc, geen mystiek en geen uitzonderlijke vaardigheid voor een kleine elite. In essentie gaat het om passieve bewegingen van een gewricht, uitgevoerd door de behandelaar, tot aan of voorbij de grens van de actieve bewegingsmogelijkheid, met een duidelijk doel. Die doelen kunnen zijn:
Mobiliseren versus manipuleren In navolging van Cyriax en Maitland kunnen we twee benaderingen onderscheiden:
Geen geheim, geen magie Het idee dat manipulaties extreem moeilijk zijn of alleen na jarenlange training mogelijk worden, is onjuist. Wie beschikt over:
Er bestaat geen verborgen techniek. De handgrepen volgen logisch uit:
Gemeenschappelijke uitgangspunten van manipulatieve behandeling Over vrijwel alle stromingen heen zijn er een aantal gedeelde principes:
Kritische kanttekeningen bij deze uitgangspunten 1. Passief versus actief bewegen Dat een beweging passief wordt uitgevoerd zegt niets over de kwaliteit van de beweging. Actieve bewegingen zijn vaak slecht gelokaliseerd, gecompenseerd en moeilijk controleerbaar. Juist daarom is gerichte passieve manipulatie soms nauwkeuriger en effectiever. 2. Anatomie is niet statisch Wat we vandaag als anatomische of kinesiologische waarheid beschouwen, kan morgen veranderen. Manipulatie moet daarom altijd gebaseerd zijn op toetsbare feiten, niet op dogma’s of overgeleverde aannames. 3. Eenvoud van techniek ≠ eenvoud van denken De handeling is eenvoudig, de klinische besluitvorming niet. Manipulatie vereist geen ingewikkelde grepen, maar wel een helder begrip van:
De vraag is niet of we voorbij de actieve grens mogen bewegen, maar waarom. Is de beperking werkelijk passief van aard? Of is het een beschermingsmechanisme dat we beter respecteren? 5. Wat is ‘verloren gegane beweeglijkheid’? Beweeglijkheid verschilt per gewricht, per vlak en per persoon. Absolute symmetrie bestaat niet. Meer bewegingsuitslag is niet automatisch beter. De relevante vraag is: Is de aanwezige bewegingsmogelijkheid functioneel toereikend? 6. Moet bewegingsmogelijkheid altijd maximaal zijn? Waarom streven we naar maximale beweeglijkheid? Is dat altijd wenselijk, of soms juist contraproductief? Deze aanname verdient heroverweging. 7. Indicatiestelling is cruciaal Manipulatie is geïndiceerd wanneer:
Conclusie Manipulatie is geen kunstje en geen geloofssysteem. Het is een rationeel toepasbaar instrument, ingebed in functieonderzoek, anatomische kennis en klinisch redeneren. Juist door haar eenvoud dwingt manipulatie tot helder denken, kritische reflectie en bescheidenheid. De polyvagaaltheorie, ontwikkeld door Stephen Porges, biedt een neurofysiologisch kader voor het begrijpen van de autonome regulatie van het zenuwstelsel en de impact daarvan op fysieke en emotionele gezondheid. Binnen de manuele therapie kan deze theorie inzicht geven in de relatie tussen het autonome zenuwstelsel, spierspanning en gewrichtsmobiliteit.
De kern van de polyvagaaltheorie De polyvagaaltheorie beschrijft drie hiërarchisch geordende responsen van het autonome zenuwstelsel:
De invloed op het bewegingsapparaat Bij langdurige stress of trauma kan het autonome zenuwstelsel vastlopen in een sympathische of dorsale vagale respons. Dit leidt tot:
Toepassing in de manuele therapie Manuele therapie kan bijdragen aan het reguleren van het autonome zenuwstelsel door technieken die ontspanning en proprioceptieve input bevorderen:
|
AuteurDick van Os is Manueel Therapeut E.S. en wil graag iets vertellen over van alles en nog wat. ArchievenCategorieën |
RSS-feed