Van Os Manuele Therapie Zwolle
  • Home
  • De manueel therapeut
  • In de praktijk
  • De behandeling
  • Vergoedingen
  • Contact
  • Blog

Yoga: een praktische benadering

11/2/2026

0 Opmerkingen

 
Mijn visie op yoga en oefeningen is in de loop der jaren veranderd. Tijdens mijn opleiding manuele therapie in Utrecht leerde ik dat oefeningen vaak compensatoire bewegingspatronen versterken. Ook werd gesteld dat rekoefeningen weinig effect hebben op de lengte van spierfascie, omdat het bindweefsel de spiervezels beschermt tegen overrekking en scheuren. Rekoefeningen werden daarom vaak afgeraden.
Later ben ik tot nieuwe inzichten gekomen, mede onder invloed van de polyvagaaltheorie. Het doel van rekoefeningen is namelijk niet zozeer om structuren in het lichaam te veranderen, maar om de tolerantie voor lichamelijke en omgevingsprikkels te vergroten.
Rekoefeningen kunnen worden gezien als een manier om het autonome zenuwstelsel te trainen. Door bewust een milde, goed verdraagbare rekprikkel op te zoeken en daarbij ontspannen te blijven ademen, oefen je veerkracht. Je lichaam leert dat spanning niet automatisch gevaar betekent.
Veel mensen volgen wekelijks een yogales, maar doen verder weinig. Voor het zenuwstelsel is regelmaat echter belangrijker dan intensiteit. Dagelijks oefenen – vijf tot tien minuten – is vaak effectiever dan één langere sessie per week.
Het hoeft ook niet altijd yoga te zijn. Eenvoudige rekoefeningen zijn voldoende, mits ze met aandacht worden uitgevoerd. Het gaat om:
  • Het bewust opzoeken van een lichte, verdraagbare prikkel
  • Niet forceren
  • Rustige buikademhaling
  • Aandacht voor ontspanning tijdens de rek
De volledige oefencyclus in de bijgevoegde video duurt ongeveer vijf tot tien minuten. Je kunt elke oefening tien keer herhalen of tien seconden vasthouden.
Het doel is niet “leniger worden”, maar het vergroten van regulatie, tolerantie en veerkracht.
0 Opmerkingen

ALPHA - Een eigentijdse weergave van Manipulaties van Alpha tot Omega (Van der Bijl)

6/2/2026

0 Opmerkingen

 


Wat bedoelen we eigenlijk met manipulatie?
Manipulatie is geen truc, geen mystiek en geen uitzonderlijke vaardigheid voor een kleine elite. In essentie gaat het om passieve bewegingen van een gewricht, uitgevoerd door de behandelaar, tot aan of voorbij de grens van de actieve bewegingsmogelijkheid, met een duidelijk doel.
Die doelen kunnen zijn:
  • het opheffen van een intra-articulaire bewegingsbeperking
  • het beïnvloeden van peri-articulaire structuren
  • het corrigeren van een vervormde bewegingsfunctie
Manipulatie is daarmee geen doel op zich, maar een middel binnen het bewegingsherstel.


Mobiliseren versus manipuleren
In navolging van Cyriax en Maitland kunnen we twee benaderingen onderscheiden:
  1. Mobilisaties: herhaalde, ritmische passieve bewegingen binnen of aan het einde van de bewegingsuitslag
  2. Manipulaties: een korte, snelle impuls die voorbij de actieve bewegingsgrens reikt
Beide vallen onder dezelfde noemer: passieve gewrichtsbewegingen, gericht op het herstellen van functie.


Geen geheim, geen magie
Het idee dat manipulaties extreem moeilijk zijn of alleen na jarenlange training mogelijk worden, is onjuist. Wie beschikt over:
  • goede anatomische kennis
  • inzicht in bewegingsleer
  • begrip van normale en gestoorde gewrichtsfunctie
kan manipulaties begrijpen, uitvoeren en beoordelen.
Er bestaat geen verborgen techniek. De handgrepen volgen logisch uit:
  • het functieonderzoek
  • de bewegingsanalyse
  • de vastgestelde bewegingsbeperking


Gemeenschappelijke uitgangspunten van manipulatieve behandeling
Over vrijwel alle stromingen heen zijn er een aantal gedeelde principes:
  1. Manipulatie is passieve beweging
  2. Grondige kennis van anatomie en kinesiologie is noodzakelijk
  3. De techniek zelf is eenvoudig, niet mystiek
  4. Bewegingen worden uitgevoerd tot voorbij de actieve bewegingsgrens
  5. Het doel is herstel van verloren gegane bewegingsmogelijkheid
  6. Er leeft de overtuiging dat gewrichtsbeweeglijkheid zo groot mogelijk moet zijn
  7. De indicatie moet zorgvuldig worden gesteld
Deze lijst lijkt vanzelfsprekend, maar vraagt juist om kritische reflectie.


Kritische kanttekeningen bij deze uitgangspunten
1. Passief versus actief bewegen
Dat een beweging passief wordt uitgevoerd zegt niets over de kwaliteit van de beweging. Actieve bewegingen zijn vaak slecht gelokaliseerd, gecompenseerd en moeilijk controleerbaar. Juist daarom is gerichte passieve manipulatie soms nauwkeuriger en effectiever.
2. Anatomie is niet statisch
Wat we vandaag als anatomische of kinesiologische waarheid beschouwen, kan morgen veranderen. Manipulatie moet daarom altijd gebaseerd zijn op toetsbare feiten, niet op dogma’s of overgeleverde aannames.
3. Eenvoud van techniek ≠ eenvoud van denken
De handeling is eenvoudig, de klinische besluitvorming niet. Manipulatie vereist geen ingewikkelde grepen, maar wel een helder begrip van:
  • waar de bewegingsbeperking zit
  • waarom die beperking functioneel relevant is
4. Tot voorbij de actieve grens?
De vraag is niet of we voorbij de actieve grens mogen bewegen, maar waarom. Is de beperking werkelijk passief van aard? Of is het een beschermingsmechanisme dat we beter respecteren?
5. Wat is ‘verloren gegane beweeglijkheid’?
Beweeglijkheid verschilt per gewricht, per vlak en per persoon. Absolute symmetrie bestaat niet. Meer bewegingsuitslag is niet automatisch beter. De relevante vraag is:
Is de aanwezige bewegingsmogelijkheid functioneel toereikend?
6. Moet bewegingsmogelijkheid altijd maximaal zijn?
Waarom streven we naar maximale beweeglijkheid? Is dat altijd wenselijk, of soms juist contraproductief? Deze aanname verdient heroverweging.
7. Indicatiestelling is cruciaal
Manipulatie is geïndiceerd wanneer:
  • de gewrichtsfunctie onvoldoende is
  • er geen duidelijke contra-indicaties zijn
  • de beperking niet beschermend of adaptief is
Niet alles wat beperkt is, moet worden “losgemaakt”.


Conclusie
Manipulatie is geen kunstje en geen geloofssysteem. Het is een rationeel toepasbaar instrument, ingebed in functieonderzoek, anatomische kennis en klinisch redeneren. Juist door haar eenvoud dwingt manipulatie tot helder denken, kritische reflectie en bescheidenheid.

0 Opmerkingen

De Polyvagaaltheorie in relatie tot Manuele Therapie

2/4/2025

0 Opmerkingen

 
De polyvagaaltheorie, ontwikkeld door Stephen Porges, biedt een neurofysiologisch kader voor het begrijpen van de autonome regulatie van het zenuwstelsel en de impact daarvan op fysieke en emotionele gezondheid. Binnen de manuele therapie kan deze theorie inzicht geven in de relatie tussen het autonome zenuwstelsel, spierspanning en gewrichtsmobiliteit.

De kern van de polyvagaaltheorie

De polyvagaaltheorie beschrijft drie hiërarchisch geordende responsen van het autonome zenuwstelsel:
  1. De ventrale vagale staat: een toestand van sociale betrokkenheid en ontspanning, waarbij het lichaam optimaal functioneert.
  2. De sympathische activering: de vecht- of vluchtreactie, waarbij stress en verhoogde spierspanning optreden.
  3. De dorsale vagale respons: een toestand van immobilisatie of bevriezing, gekenmerkt door extreme passiviteit en verminderde lichaamsbewustzijn.
Het zenuwstelsel schakelt onbewust tussen deze toestanden op basis van interne en externe signalen, wat directe gevolgen heeft voor de spierspanning en gewrichtsmobiliteit.

De invloed op het bewegingsapparaat

Bij langdurige stress of trauma kan het autonome zenuwstelsel vastlopen in een sympathische of dorsale vagale respons. Dit leidt tot:
  • Verhoogde spierspanning en verminderde gewrichtsmobiliteit.
  • Chronische pijn als gevolg van overmatige activatie van nociceptieve en proprioceptieve systemen.
  • Dysfunctie in houding en beweging, beïnvloed door een constante staat van vecht/vlucht of bevriezing.

Toepassing in de manuele therapie

Manuele therapie kan bijdragen aan het reguleren van het autonome zenuwstelsel door technieken die ontspanning en proprioceptieve input bevorderen:
  1. Zachte mobilisaties: stimuleren van de ventrale vagale activiteit door ritmische, niet-bedreigende bewegingen.
  2. ​Ademhaling en ontspanningstechnieken: reguleren van het autonome zenuwstelsel en verminderen van sympathische overactivatie.
  3. Psycho-educatie: patiënten bewust maken van de relatie tussen stress, zenuwstelsel en lichamelijke klachten.
Door de polyvagaaltheorie te integreren in de manuele therapie kan niet alleen gewrichtsmobiliteit worden verbeterd, maar ook het algehele welzijn van de patiënt worden ondersteund. Dit holistische perspectief helpt therapeuten om niet alleen op structuren te focussen, maar ook op de bredere neurofysiologische context waarin het bewegingsapparaat functioneert.
0 Opmerkingen

    Auteur

    Dick van Os is Manueel Therapeut E.S. en wil graag iets vertellen over van alles en nog wat.

    Archieven

    Februari 2026
    April 2025

    Categorieën

    Alles

    RSS-feed

© 2025  Copyright Van Os Manuele Therapie E.S.®. All rights reserved
Contact
Over Van Os
  • Home
  • De manueel therapeut
  • In de praktijk
  • De behandeling
  • Vergoedingen
  • Contact
  • Blog